Naar hoofdinhoud
Eerste lid De reinigingsrechten kunnen worden geheven middels het opleggen van voorlopige aanslagen. Voorlopige aanslagen kunnen na afloop van iedere maand dan wel over een periode van enkele maanden worden opgelegd. Per jaar kunnen er maximaal 12 voorlopige aanslagen worden opgelegd. Er bestaat een wettelijke regeling omtrent de betaaltermijnen. Deze is opgenomen in artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Op grond van artikel 250 van de Gemeentewet kan hiervan in de belastingverordening worden afgeweken. Tweede lid Na afloop van het belastingjaar wordt er een definitieve aanslag opgelegd in die gevallen dat er in het belastingjaar ofwel nog geen aanslag dan wel voorlopige aanslagen zijn opgelegd. Ook hierbij wordt afgeweken van artikel 9 van de Invorderingswet 1990. Derde lid De Algemene termijnenwet (ATW) is van toepassing op in een wet gestelde termijnen (artikel 1 ATW). Hiermee wordt de wet in formele zin genoemd. In artikel 9 lid 10 van de Invorderingswet 1990 is bepaald dat de ATW niet van toepassing is op de in de leden 1 tot en met 9 gestelde termijnen, dat wil zeggen dat de ATW niet van toepassing zou zijn bij voorlopige aanslagen, navorderingsaanslagen of naheffingsaanslagen. Dit volgt ook uit artikel 145 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat de ATW van toepassing is op in een verordening gestelde termijnen, tenzij in de verordening anders is bepaald. Indien in dit geval in de belastingverordening een afwijkende regeling is getroffen ten aanzien van aanslagen en niet ten aanzien van voorlopige aanslagen, navorderingsaanslagen en/of naheffingsaanslagen dan zouden verschillende termijnen gelden. Teneinde te voorkomen dat voor de verschillende belastingaanslagen een verschillend juridisch regime geldt, is in artikel 9 vijfde lid, overeenkomstig artikel 9, tiende lid, van de Invorderingswet – de ATW buiten toepassing verklaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel