a. Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever.
b. Het mandaat wordt verleend binnen het kader van het door het bevoegde orgaan te stellen algemeen beleid en binnen toegekende budgetten en begroting.
c. De bevoegdheid tot het uitoefenen van mandaat vervalt door een daartoe strekkend besluit van het bevoegd bestuursorgaan, zowel in een incidenteel geval als in het algemeen.
d. Wanneer de gemandateerde afwezig is, wordt de bevoegdheid uitgeoefend door de leidinggevende die hem vervangt of de eerst-hogere leidinggevende.