Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2.11

Justitie

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022

a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Is de cliënt wel eens in aanraking geweest met politie, Jeugdreclassering, Bureau Halt , leerplicht of justitie (regelmatig/maandelijks, incidenteel/eens per jaar of zelfden tot nooit)? b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: voorkomen van recidive. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. e) Mantelzorgondersteuning Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. f)en g) Algemene of algemene voorzieningen Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie. h) Maatwerkvoorziening In het kader van het nazorgtraject van gedetineerden kan een begeleidingstraject nodig zijn met het oog op de re-integratie in de samenleving. Op het onderscheid tussen Wmo 2015 en de forensische zorg (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of VG-zorg die verleend wordt in een strafrechtelijk kader) is het volgende van toepassing: De indicatie van een verzekerde die al een Wmo-indicatie heeft, blijft van kracht als deze verzekerde forensische zorg opgelegd krijgt. Het college indiceert niet voor Wmo-ondersteuning bij wie forensische zorg is opgelegd en die tijdens de tenuitvoerlegging van de forensische zorg een aanvraag doet voor Wmo-ondersteuning. De forensische zorg voorziet in de zorgbehoefte. Bij een jeugdreclasseringmaatregel kan ook jeugdhulp (bijvoorbeeld jeugd-ggz) worden ingezet. In een aantal gevallen vloeit de jeugdhulp direct voort uit de strafrechtelijke beslissing. Ook kan de gecertificeerde instelling bepalen dat (aanvullende) jeugdhulp nodig is. De gemeente en de gecertificeerde instelling hebben hierover overleg

Rechtspraak bij dit artikel