Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2.3

Huisvesting

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022

a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Type huis, tevreden met huis, aanpassingen gewenst, veilig in de woning en de buurt, onderhoud, hulp (nodig) bij zelfstandig wonen of bij het zoeken naar huisvesting/kamer voor jongere, contact met de buren, betaalbaarheid woning? b) Gewenst resultaat Bijvoorbeeld: cliënt kan zelfstandig en naar tevredenheid blijven wonen in de woning; cliënt voelt zich veilig in en om de woning. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Zie lijst algemeen gebruikelijke voorzieningen in par. 2.1. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: eenvoudige goedkope woonaanpassingen zoals muurbeugels, kunnen met hulp van familieleden, vrienden of buren worden aangebracht. e) Mantelzorgondersteuning Bijvoorbeeld: geven van informatie over de diverse mogelijkheden om prettig zelfstandig te wonen. f)en g Algemene voorzieningen Mocht er niemand in het netwerk zijn die eenvoudige woonaanpassingen kan uitvoeren, dan is het mogelijk om een beroep te doen op een klussendienst, zoals de Klus Service van Sterker. Daarnaast zijn er diverse algemene voorzieningen gericht op zelfstandig en veilig wonen, zoals personenalarmering van Sterker en de diensten van 123 Comfort van ZZG Zorggroep. h) Maatwerkvoorziening Bij de toekenning van een maatwerkvoorziening voor woonaanpassingen of woonvoorzieningen dienen de volgende punten meegenomen te worden in de afweging: De mogelijkheid om te verhuizen Voor woonaanpassingen boven een bedrag van € 6.000,- zal worden bekeken of een verhuizing wellicht een meer adequate oplossing voor het probleem kan zijn. Als een verhuizing geen reële mogelijkheid is, kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden. Bij de mogelijkheid van verhuizing moet in ieder geval beoordeeld worden: de aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen binnen de gemeente Nijmegen; kostenvergelijking; de snelheid waarmee het woonprobleem opgelost kan worden; sociale omstandigheden; integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen: wonen, vervoer, rolstoelen; de woonlastenconsequenties. 2) Elementaire woonfuncties Het normaal gebruik kunnen maken van de woning is waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond. 3) Logeerbaar maken woonruimte Met behulp van een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten kan alleen een woonvoorziening getroffen worden voor het logeerbaar maken van één woonruimte indien (geldt ook voor 18-): De cliënt woont in een Wlz-instelling in de gemeente Nijmegen; De woning die logeerbaar gemaakt wordt, ligt in de gemeente Nijmegen indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling. 4) Voorzienbaarheid Een woonaanpassing of woonvoorziening kan worden geweigerd als de cliënt voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte. Er moet daarbij altijd ook naar de concrete omstandigheden van de cliënt worden gekeken. 5) Mantelzorgwoning Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren en te plaatsen op het terrein nabij de woning van de mantelzorger(s). Daarbij is uitgangspunt dat de huisvestingslasten (voor huur of hypotheek, energie, etc.) die de verzorgde(n) had(den) voor de verhuizing naar de mantelzorgwoning, besteed kunnen worden aan de kosten voor de mantelzorgwoning.

Rechtspraak bij dit artikel