a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
In staat tot zelfstandig aankleden, wassen/douchen, naar het toilet gaan, verzorging tanden/huid/nagels, eten, drinken, hulpmiddelen (prothese, steunkousen, etc.) aanbrengen; zelfstandig eten bereiden, boodschappen doen, de was doen klussen in/rond huis, licht of zwaar huishoudelijk werk (schoonmaken o.a.), het huishouden organiseren en de tuin onderhouden.
b) Gewenst resultaat
(Langer) zelfstandig functioneren en (blijven) wonen.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bepalen wat mensen zelf kunnen (bijvoorbeeld hulpmiddel om steunkousen aan te trekken). Als mensen voorheen op eigen kosten iemand inhuurden voor het verrichten van huishoudelijke taken en er geen inkomenswijziging of aantoonbare meerkosten ontstaan in relatie tot de beperking, is geen compensatie nodig.
Voor gebruikelijke hulp (wat mag verwacht worden van huisgenoten in het huishouden), zie bijlage 1 protocol gebruikelijke hulp voor Hulp bij het Huishouden.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Mantelzorger(s) en mensen uit het netwerk geven zelf aan wat ze naast de gebruikelijke hulp kunnen en willen betekenen in het huishouden (bijvoorbeeld boodschappen doen), rondom huis, het brengen en/of halen van kinderen bij opvang of wat betreft de zorg voor de cliënt. Wanneer ouders overbelast (dreigen te) raken als gevolg van beperkingen, kunnen zij Jeugdhulp of Wmo-ondersteuning ontvangen ter ontlasting van de zorg, zie maatwerkvoorziening.
e) Mantelzorgondersteuning
Bespreken met mantelzorger(s), aan welke ondersteuning ze behoefte hebben en of ontlasting nodig is door de inzet van respijtzorg (bijvoorbeeld dagbesteding) of gedeeltelijke vervanging van de mantelzorg door professionele hulp (zoals verzorging via de Zorgverzekeringswet). Specifiek ter ontlasting van mantelzorgers is het mogelijk om gebruik te maken van de Toelage Hulp bij het Huishouden (HHT), zie bijlage 3.
f)en g) Algemene voorzieningen
Bij algemene voorzieningen kan gedacht worden aan: technische hulpmiddelen (o.a. wasdroger of afwasmachine), boodschappenbezorgdienst (supermarkt, vrijwilligersorganisaties), kant-en-klaarmaaltijden, maaltijdservice of klusservice van Swon, boodschappenhulp van Swon of de Hulpdienst en kinderopvang (in relatie tot verzorging van kinderen/Hulp bij het Huishouden 2).
Persoonlijke verzorging en verpleging zijn vanaf 2015 grotendeels onderdeel van de Zorgverzekeringswet die wordt geïndiceerd door de wijkverpleegkundige of de huisarts, waarmee afgestemd wordt: verpleging en verzorging thuis (wijkverpleging) voor volwassenen (18+) met (risico op) behoefte aan geneeskundige zorg valt onder de Zorgverzekeringswet.
h) Maatwerkvoorziening
Persoonlijke verzorging
Persoonlijke verzorging voor mensen met een verstandelijke, zintuiglijke en/of psychiatrische beperking (geen behoefte aan geneeskundige zorg) valt onder de Wmo en hiervoor kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden aangevraagd.
Voor persoonlijke verzorging aan jeugdigen geldt dat:
Persoonlijke verzorging die gericht is op het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige valt onder de Jeugdwet.
Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt vanaf 2018 onder de Zorgverzekeringswet
Hulp bij het Huishouden
1. Voor de resterende taken kan via de Wmo Hulp bij het Huishouden 1 (licht en zwaar huishoudelijk werk, maaltijdvoorziening en wassen en strijken) of Hulp bij het Huishouden 2 (HH1 plus regie op het huishouden en de verzorging van kinderen) worden aangevraagd. Het buurtteam bepaalt vervolgens tijdens het gesprek of de inzet van de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en of het gaat om HH1 of HH2. De cliënt wordt vervolgens ‘een schoon en leefbaar huis’ toegekend. De cliënt stelt dan samen met de zorgaanbieder het plan van aanpak op, waarin de samenstelling, frequentie en omvang van de werkzaamheden wordt vastgelegd. Zie voor de uitwerking van het resultaat bijlage 2.
2. Voor zover op dit leefgebied maatwerkvoorzieningen in de vorm van woningaanpassingen worden verstrekt geldt het volgende. Aanpassingen worden slechts verricht in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen voor de elementaire woonfuncties. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond.
3. Voor woonvoorzieningen en -aanpassingen zie paragraaf 2.2.3.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.8
Activiteiten dagelijks leven
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022