Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022

Vanaf 1 januari 2015 is beschermd wonen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) overgeheveld naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). De centrumgemeente is verantwoordelijk voor een deel van beschermd wonen voor mensen met psychische problemen. Het ging destijds om beschermd wonen met het zorgzwaartepakket GGZ-C dat gericht is op begeleiding. Zorgzwaartepakket B dat gericht is op behandeling, is niet naar de gemeente gegaan, maar valt nu onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Er zijn ook jeugdigen met een GGZ-C indicatie onder de 18 jaar. Deze jeugdigen vallen onder de Jeugdwet. Beschermd wonen is in de Wmo 2015 als volgt gedefinieerd: ‘wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving’ (artikel 1.1.1 Wmo). Daarnaast is iedere gemeente verantwoordelijk voor tijdelijk beschermd wonen voor volwassenen met een licht verstandelijke beperking (lvb 18+) die niet in aanmerking komen voor beschermd/intramuraal wonen vanuit de Wlz, omdat er vooralsnog geen sprake lijkt van levenslange behoefte aan beschermd wonen. Beschermd wonen is een passende maatwerkvoorziening voor mensen die als gevolg van ernstige psychische problemen niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De ondersteuning vanuit een beschermde woonvorm is de aller zwaarste vorm van ondersteuning welke ingezet kan worden als maatwerkvoorziening door de gemeente. Het is de enige vorm van intramurale ondersteuning die binnen de Wmo valt. Beschermd wonen wordt alleen ingezet als alle voorliggende mogelijkheden ontoereikend zijn, waaronder: oplossingen vanuit eigen kracht en/of eigen netwerk; algemene voorzieningen; maatwerkvoorzieningen in de vorm van ambulante begeleiding en/of dagbesteding; behandeling (tenzij behandeling ontoereikend is gebleken). Deze beleidsregels vormen een nadere uitwerking van wet- en regelgeving en vormen het juridische afwegingskader voor de toekenning van maatwerkvoorzieningen beschermd wonen. Binnen het afwegingskader van deze beleidsregels is er ruimte voor maatwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel