In de wet is bepaald dat voor beschermd wonen en voor maatschappelijke opvang geldt dat mensen zich in alle gemeenten in Nederland kunnen melden als zij aanspraak willen maken op beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Zij moeten de mogelijkheid krijgen om hun eigen woonplaats te kiezen: beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Dit houdt in dat (potentiele) cliënten zich tot elke gemeente kunnen wenden voor beschermd wonen. De centrumgemeente van aanmelding behandelt deze aanmelding conform de handreiking Landelijke toegang beschermd wonen. Deze handreiking bevat model-beleidsregels die de centrumgemeente dienen te hanteren bij het bepalen van de plaats waar een cliënt het meest aangewezen is op beschermd wonen. Landelijke toegankelijkheid betekent niet dat iemand ook altijd beschermd kan wonen waar hij wil wonen. Dat kan om te beginnen alleen als en wanneer er een passende plek beschikbaar is. Ook is het niet de bedoeling dat verhuizen beschermd wonen juist noodzakelijk maakt. Bijvoorbeeld wanneer een cliënt vanwege een sterk sociaal steunsysteem nog zelfstandig kon wonen met ondersteuning.
Centrumgemeenten nemen kennis van de wens van een bewoner en beoordelen vervolgens op basis van zorginhoudelijke en participatiecriteria waar de aanvrager de beste ondersteuning kan vinden, voor de korte en langere termijn. Idealiter komt de gemeente aan de keuze van de cliënt voor een plek/instelling tegemoet. Het is echter de beoordelende gemeente die in overleg met de cliënt de eindverantwoordelijkheid draagt en een besluit neemt, op basis van onderstaande punten, genoemde zorginhoudelijke en participatiecriteria (criteria die betrekking hebben op de voorwaarden voor een succesvol traject):
a. wat is de beste omgeving waarin aan participatie gewerkt kan worden? Hierbij is de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk (familie en vrienden) van belang om:
- beschermd wonen te voorkomen (inzet van andere vormen van beschermende woonvormen);
- uitstroom naar vormen van zelfstandig wonen te bevorderen.
b. voorwaarden voor succesvolle trajecten, zoals:
- (reeds ingezette) actieve schuldhulpverlening,
- een bestaande relatie met GGZ of andere vormen van hulpverlening
- reeds ingezette scholing, (vrijwilligers) werk, of passende dagbesteding,
- eventueel aanwezige (veiligheids)risico’s op de huidige woonplek,
- de behoefte aan een specifieke aanpak of een specifieke voorziening
c. gegronde redenen om tegemoet te komen aan de wens van een cliënt, anders dan de hierboven genoemde voorwaarden.
d. wachtlijst: indien er niet direct toegang is tot de geschikte plek, dan komt de aanvrager op een wachtlijst.
De wenscentrumgemeente, waar de persoon zich meldt voor een beschermde woonvoorziening, overleg met de centrumgemeente van herkomst, om een goed beeld van de cliënt te krijgen en zo tot een passend besluit te komen. Dit contact vindt plaats vanuit de ‘’toegang’’. Dit onderzoek naar beste plaatsing wordt binnen zes weken afgerond.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2.1
Landelijke toegankelijkheid
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2022