Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 25.

Begeleiding op grond van de Wmo 2015

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gemeente Dalfsen 2022

Begeleiding is gericht op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid. Daarbij gaat het niet om het overnemen van taken, maar om het oefenen, aanleren en stimuleren van taken en vaardigheden. Begeleiding wordt ingezet om verwaarlozing, isolement of opname in een instelling te voorkomen. Begeleiding in groepsverband is voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel kan worden behaald. In alle gevallen is het uitgangspunt de cliënt te ondersteunen bij zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, door middel van: Aanleren, oefenen en stimuleren. Deze vaardigheden zijn er op gericht dat de cliënt uiteindelijk zelf in staat is de vereiste activiteiten te ondernemen(eventueel met hulp van mensen uit zijn omgeving) Overname en aanleren. In sommige gevallen is het noodzakelijktaken (tijdelijk) over te nemen, indien iemand deze niet zelfstandig kan uitvoeren en/of de regie daarover kan voeren. Overname is altijd tijdelijk en ondersteunt het aanleren of onder controle houden van de vereiste activiteiten Individuele begeleiding wordt ingezet wanneer iemand moeite heeft structuur en regelmaat in zijn leven aan te brengen, of eigen regie te voeren bij: Het op orde brengen van financiën; Het bepalen van een dagritme; Voorbereiden van gesprekken op het gebied van wonen, onderwijs, werk, inkomen, iets kopen/betalen; Hulp bij plannen en organiseren; Onderhouden en opbouwen van sociale contacten; Persoonlijke verzorging (stimuleren/aanzetten tot) Groepsbegeleiding wordt ingezet als dagstructurering waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot en (crisis)opname kan worden voorkomen. Activiteiten zijn gericht op: Activering en/of beweging Een zinvolle invulling van de dag Voorkomen van vereenzaming Het overnemen van toezicht en het bieden van ritme en regelmaat Ontlasting en ondersteuning van de mantelzorger (vorm van respijtzorg) Consulent brengt samen met de cliënt in kaart op welke levensgebieden er doelen liggen en welke resultaten hierin behaald kunnen worden. Denk aan ontwikkelen van nieuwe vaardigheden, onderhouden van ontwikkelde vaardigheden, het bieden van (dag)structuur en ritme en ontlasting van de mantelzorger. Afhankelijk van het plan, dat onderdeel uit maakt van het onderzoeksverslag, zoals opgesteld is in artikel 5 en 7 van deze beleidsregels wordt gekeken welke vorm het meest passend is. Is behandeling nog mogelijk, dan gaat dit voor op begeleiding. De begeleiding wordt toegekend in een resultaatbudget. In samenspraak met de cliënt wordt bepaald welk resultaatbudget toegekend wordt. Op basis van een evaluatie wordt beoordeeld of de vooraf opgestelde doelen bereikt worden. De resultaatbudgetten zijn als volgt gedefinieerd: Complexiteit: Basisondersteuning Basisondersteuning + Gespecialiseerd Intensiteit Licht, gemiddelde inzet is 1 uur per week, 1 – 1,5 dagdeel p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 8. Matig, gemiddelde inzet is 2 uur per week, 2 – 3 dagdelen p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 6,5. Zwaar, gemiddelde inzet is 4 uur per week, 4 - 5 dagdelen p/w en een gemiddelde groepsgrootte van 1 op 4,75. Bij meer dan 7 uren of meer dan 6 dagdelen per week aan begeleiding volgt er maatwerk en worden er een specifiek aantal uren/ dagdelen afgegeven. De complexiteit en intensiteit wordt bepaald aan de hand van omschrijvingen. De volledige omschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 5. Vervoer van en naar de dagbesteding moet indien noodzakelijk mee geïndiceerd worden, de aanbieder van de dagbesteding is hier verantwoordelijk voor. In het onderzoek moet eerst gekeken of er een andere oplossing mogelijk is. Indien vervoer wordt geïndiceerd, dan is de zorgaanbieder, die de juiste zorg kan leveren dicht bij huis voorliggend op een vergelijkbare zorgaanbieder verder weg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel