1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
2. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde in het economisch verkeer.
3. De belasting bedraagt bij een heffingsmaatstaf van:
a. minder dan € 60.000 € 237,15;
b. € 60.000 of meer, doch minder dan € 100.000: € 464,90;
c. € 100.000 of meer, doch minder dan € 150.000: € 790,00;
d. € 150.000 of meer, doch minder dan € 200.000: € 1.185,00;
e. € 200.000 of meer: €1.421,50.