De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2021” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerendezaakbelastingen 2022”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Ameland op 20 december 2021.
, voorzitter.
, griffier.
Toelichting op de verordening onroerendezaakbelastingen 2022
A. Algemeen
Wettelijke basis
De verordening onroerendezaakbelastingen is gebaseerd op de tekst van de Gemeentewet (artikelen 220-220h). Voor de waardebepaling gelden ook de bepalingen van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ). In de verordening is gekozen voor een duidelijke scheiding tussen verantwoordelijkheden op waarderingsgebied (geregeld in de Wet WOZ) en op heffingsgebied. Overeenkomstig de Gemeentewet is daarom gekozen voor verwijzing naar de bepalingen in de Wet WOZ en is de tekst van de desbetreffende bepalingen niet overgenomen in de verordening. Ten behoeve van de praktijk wordt in de toelichting bij het betreffende artikel een korte toelichting op de werking van de Wet WOZ gegeven. De verordening en toelichting zijn gebaseerd op de wetteksten zoals die op 1 januari 2010 bekend zijn.
Financiële-verhoudingswet
Er is samenhang tussen de hoogte van de algemene uitkering van een gemeente en haar belastingcapaciteit voor de onroerendezaakbelastingen. De werkelijke hoogte van de tarieven heeft geen invloed op de uitkering uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds is te zien als egalisatiefonds voor verschillen in belastingcapaciteit.
Wet WOZ
De Wet WOZ regelt de bepaling en vaststelling van de waarde van onroerende zaken ten behoeve van de belastingheffing door rijk, gemeenten en waterschappen, waaronder ook de onroerendezaakbelastingen. De waardebepaling geschiedt onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de onroerende zaak is gelegen. De waarde wordt door de heffingsambtenaar met een voor bezwaar en beroep vatbare beschikking aan de eigenaar en aan de gebruiker (belanghebbenden) bekendgemaakt. Vanaf 2007 wordt de waarde jaarlijks vastgesteld.
Geen macronorm, wel een benchmark
Gemeenten zijn vrij in het vaststellen van de drie tarieven: een eigenarentarief en een gebruikerstarief voor niet-woningen en een eigenarentarief voor woningen. Daarbij gelden geen absolute of relatieve limieten. In 2019 wordt de macronorm voor de laatste keer toegepast. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZB in Nederland. De macronorm wordt vervangen door een benchmark van de woonlasten, uitgevoerd door het COELO. De benchmark is een vergelijking van de tarieven / belastingbedragen die een gemiddeld meerpersoonshuishouden betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing per jaar. Ook wordt een grafiek opgenomen met de mutatie van het totaal van deze lasten t.o.v. het voorgaande jaar. De vergelijking wordt gemaakt met gemeenten per provincie, waarbij een lijn van het provinciegemiddelde en het landelijke gemiddelde is opgenomen. De benchmark zal in 2020 voor het eerst in de COELO-atlas worden opgenomen.
Tarief als percentage van de waarde
De onroerendezaakbelasting wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak.
B. Artikelsgewijze toelichting
Aanhef
In de aanhef wordt verwezen naar artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet. De toepasselijke artikelen uit de Wet WOZ worden in die artikelen genoemd.
Artikel 9
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDEZAAKBELASTINGEN IN DE GEMEENTE A M E L A N D 2 0 2 2