**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2..** De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**3..** Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
objecten die geplaatst worden door de gemeente.
**4..** Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen mits wordt voldaan aan het bepaalde in het vierde lid en aan de nadere regels uit hoofde van het vijfde lid en er uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het anders gebruiken van de openbare plaats dan de publieke functie ervan schriftelijk of digitaal een melding is gedaan.
uitstallingen;
bouwobjecten;
plantenbakken en banken;
spandoeken;
reclameborden t.b.v. verkiezingen;
springkussens;
nader door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen.
**5..** Het college stelt nadere regels voor de categorieën genoemd in het vierde lid.
**6..** Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zuid-Holland of het wegenreglement van de provincie Zuid-Holland.
**7..** In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
**8..** Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 2. › Afdeling
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2021