Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Tarieftoepassing

Onderdeel van Verordening haven- en kadegelden 2022

Voor de toepassing van de tarieven: a. wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals die blijkt, indien aanwezig, uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; b. wordt de oppervlakte van een ligbox voor een vaartuig berekend door de lengte te vermenigvuldigen met de breedte van de box, waarna rekenkundig wordt afgerond op een volle eenheid; c. wordt, in afwijking van het in de onderdeel b bepaalde, wel de grootste lengte over alles ambtshalve vastgesteld indien de in de onderdeel a bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt; d. wordt ingeval geen duidelijke ligboxafscheiding zichtbaar is een fictieve ligboxmaat berekend. Hierbij wordt de lengte over alles aangehouden. De ligboxoppervlakte wordt dan als volgt gedefinieerd: 1.bij een bootlengte minder dan 6 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 15 m². 2.bij een bootlengte tot 7 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 21 m²; 3.bij een bootlengte tot 10 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 40 m²; 4.bij een bootlengte tot 12 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 54 m²; 5.bij een bootlengte tot 15 meter wordt uitgegaan van een benodigde ligboxoppervlakte van 82 m²; 6.bij een bootlengte langer dan 15 meter wordt uitgegaan van een ligbox oppervlakte van 82 m2, vermeerderd met 3 m² per meter lengte boot. e. De aanlegplaatsen voor de minder valide boxen, met boxnummers 266, 267, 268 en 269, worden op basis van, lengte per boot over alles, opgelegd. f. wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel