Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid (plaatsen van voorwerpen op of aan de weg), een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid (aanleggen van een weg) of een vergunning/ontheffing als bedoeld in artikel 4:11a, vierde lid (kapontheffing) van deze verordening.