Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het in werking hebben van knalapparaten en hagelkanonnen.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het gestelde bij of krachtens de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit of de Omgevingsverordening Gelderland.
Het verbod geldt eveneens niet voor zover het gaat om het gebruik van een geluidswagen, wanneer het gaat om het gebruik van geluidsapparatuur voor het optreden als straatartiest alsmede in de situatie dat sprake is van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van deze verordening.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.
Artikel 4:6
Overige geluidhinder
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2022