Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Het raadslid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard .
Een raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie overeenkomt met wat daarover in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur is opgenomen.
Een raadslid maakt niet ten eigen bate of voor zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van de in de uitoefening van het ambt verkregen niet-openbare informatie.
Raadsleden zijn zich ervan bewust dat op social media allerlei grenzen, zoals tussen publiek en privé, vervagen en houden rekening met de risico’s die het gebruik van social media meebrengt voor de uitoefening van hun functie als raadslid.