Zoals in art 213 Gemeentewet is voorgeschreven zal de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening, uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant, gericht zijn op het afgeven van een oordeel over:
de getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva;
het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen;
de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie, gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken;
het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet (BBV, Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten);
de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening.
Bij de controle zullen de volgende regels bepalend zijn voor de uit te voeren werkzaamheden:
nadere regels op grond van artikel 213, lid 6 Gemeentewet (Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden);
de Kadernota en adviezen van de Commissie BBV;
de Richtlijnen voor de Accountantscontrole (NBA).
Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO), dat de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, oftewel in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen.
Artikel 2.
Algemene uitgangspunten controle
Onderdeel van Controleprotocol voor de accountant gemeente IJsselstein 2016