Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2022

1.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 en lid 6a van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 lid 4 en lid 6 b en c is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 2.. De belasting in hoofdstuk 1. lid 2 en lid 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 van de tarieventabel verschuldigd, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, lid 1 als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 5.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 6.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 7.. Voor de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 die bij wege van aanslag wordt geheven, geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. 8.. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel