De Materiële controle richt zich op alle door de gemeente gecontracteerde aanbieders en alle door hen geleverde en/ of gedeclareerde Zorgprestaties. Daarnaast kan de Materiële controle zich richten op de aanbieders die zorg leveren die is ingekocht door budgethouders door middel van een persoonsgebonden budget (pgb). Indirect richt de Materiële controle zich dan ook op de budgethouder en de wijze waarop de zorg door de budgethouder is ingekocht.
De Materiële controle op rechtmatigheid richt zich op de declaraties die door de (pgb) aanbieders bij het college zijn verantwoord, of op de toewijzing van hulp/ondersteuning en het bericht aanvang hulp/ondersteuning, en wordt uitgevoerd op de inhoud van de gedeclareerde en/of geleverde hulp/ondersteuning. Dit houdt in dat het college nagaat of:
de hulp daadwerkelijk is geleverd; en
de hulp in overeenstemming is met:
de beschikking van het college voor jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning; of
een bepaling jeugdhulp van de gecertificeerde instelling; of
een verwijzing voor jeugdhulp van de huisarts, medisch-specialist of jeugdarts; of
een rechterlijke uitspraak voor jeugdhulp.
De Materiële controle op doelmatigheid richt zich op de balans tussen geleverde Zorgprestaties en de Kosten die door de (pgb) aanbieders zijn verantwoord, waarbij onder andere wordt gekeken of de geleverde Zorgprestaties aansluiten bij de zorgvraag van cliënten. Dit houdt in dat het college het volgende nagaat:
het aantal cliënten;
de geleverde zorg in uren en / of dagdelen en / of etmalen;
de zorgzwaarte;
sluit de zorg aan op de doelen waar de cliënt aan wil werken;
past de geleverde zorg binnen de indicatie van de cliënt;
hoe verhoudt de geleverde zorg van de (pgb) aanbieder zich ten opzichte van andere (pgb) aanbieders.
In de fase van deze algemene Materiële controle komen alleen die methoden in aanmerking, die het college kan toepassen zonder daarbij te zijn aangewezen op de medewerking van de (pgb) aanbieder bij de verwerking van Gegevens betreffende de gezondheid. Het gaat hier zowel om het uitvoeren van statistische analyses en logica- en verbandcontroles, die het college op basis van de eigen administratie en de daarin opgenomen persoonsgegevens zelfstandig kan verrichten, als om de beoordeling van door (pgb) aanbieders overgelegde bestuurdersverklaringen en, indien aanwezig, de jaarrekening van de (pgb) aanbieder, evenals de financiële productieverantwoording volgens het landelijk accountantsprotocol financiële productieverantwoording WMO en Jeugdzorg. Ook andere informatie (geen persoonsgegevens) die – bijvoorbeeld naar aanleiding van een concreet signaal – desgevraagd door de (pgb) aanbieder aan het college is verstrekt, evenals signalen van de jeugdige of zijn ouders en cliënten/ inwoners, vallen onder deze categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Controle object en controlemethoden
Onderdeel van Nadere regel artikel 6.1 en 8 Verordeningen Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Utrecht, Materiële controle