Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1. › Paragraaf 1.1

Artikel 1.1.1

Eigen kracht

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht 2022

Niet iedere beperking leidt tot verminderde zelfredzaamheid of een participatieprobleem zoals bedoeld in de Wmo. En niet elke beperking van de zelfredzaamheid of participatie vraagt om overheidsondersteuning. Door eigen oplossingen in te zetten kan in veel gevallen een levenspatroon voortgezet worden dat als aanvaardbaar gezien kan worden. Dat zou anders kunnen zijn wanneer de beperkingen leiden tot een participatieprobleem dat niet met eigen oplossingen of hulp van anderen kan worden opgelost. Om te kunnen bepalen of en welke ondersteuning nodig is, is zorgvuldig onderzoek noodzakelijk. Dat onderzoek richt zich op het geobjectiveerd vaststellen van beperkingen en het verlies van zelfredzaamheid en participatie die hieruit voortkomt. Bij de beoordeling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van client, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde ondersteuning te bieden, wordt rekening gehouden met: de benodigde ondersteuningsintensiteit; de duur daarvan; de mogelijkheden van de client; de draagkracht en de draaglast van de client; de woonsituatie en evt samenstelling van het gezin van client; het belang van de client om te voorzien in een inkomen; de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de client te ondersteunen. De vorengaande criteria worden in samenhang beoordeeld, waarbij het uitgangspunt is dat, wanneer de client, eventueel met behulp van het sociale netwerk, zelf mogelijkheden heeft om de problemen op te lossen of het hoofd te bieden, er geen maatwerk voorziening wordt verstrekt, ook niet wanneer de hulp de gebruikelijke hulp overstijgt.

Rechtspraak bij dit artikel