Ook een sportvoorziening, waaronder een sportrolstoel, kan bijdragen aan de participatie van betrokkene. Uitgangspunt hierbij is dat men in principe zelf verantwoordelijk is voor de aanschaf van zaken die nodig zijn bij sportbeoefening. Wanneer vanwege de beperking extra kosten worden gemaakt, kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. De financiële tegemoetkoming voor sportvoorzieningen is gemaximeerd en wordt maximaal eens in de drie jaar verstrekt voor de aanschaf, het onderhoud en reparatie. Omdat het te behalen resultaat op maatschappelijke participatie is gericht, worden de volgende (niet limitatief) elementen betrokken bij de afweging of een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt: op welke andere wijze de cliënt participeert en welke meerwaarde de sportactiviteit levert, of er een historie is met de betreffende sportactiviteit danwel sport in zijn algemeenheid en of er sprake is van sporten in verenigd verband. Het kan daarbij gaan om sporten in verenigingsverband, maar ook om sporten in georganiseerd en structureel verband lijkend op een vereniging, zoals een trainingsgroep onder leiding van een professional. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet voor individuele compensatie in aanmerking. Voor alle sportvoorzieningen geldt een eigen bijdrage.
HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.1
Sportvoorziening
Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht 2022