Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.5

Artikel 6.5.3

Afwegingskader thuisbegeleiding

Onderdeel van Beleidsregel Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Utrecht 2022

Het resultaat van thuisbegeleiding is het creëren van overzicht over de huishoudelijke taken bij de betrokkene, door individuele, praktische begeleiding in de thuissituatie bij het voeren van de huishouding. Bij het onderzoek of thuisbegeleiding noodzakelijk is worden de volgende elementen betrokken: Er is sprake van zware en/of chronische problematiek op meerdere levensgebieden en/of; Cliënten houden vaak de zorg af of mijden deze. Het onvermogen om de regie te voeren over – en/of de verwaarlozing van - huishoudelijke taken kan tot maatschappelijke overlast en/of verwaarlozing van het huishouden leiden. Er zijn (nagenoeg) geen mogelijkheden om het eigen netwerk te benutten of de eigen kracht nog te vergroten; Er is (nagenoeg) geen ontwikkelperspectief op zelfstandigheid; De situatie van betrokkene is instabiel. De voorziening thuisbegeleiding heeft een praktisch, uitvoerend en structureel karakter. Er bestaat een noodzaak om de huishoudelijke taken samen uit te voeren, waarbij de begeleider vooral coach on the job is. Er worden geen huishoudelijke taken overgenomen, daarmee onderscheidt deze voorzienig zich van de voorziening ‘schoon huis’. Het bieden van deze ondersteuning vraagt specifieke vaardigheden die het mogelijk maken om ondanks mogelijke zorgmijding vertrouwen te winnen en ‘achter de voordeur’ te komen. De expertise van de thuisbegeleider is echter gericht op praktische ondersteuning bij de gezamenlijke uitvoering van huishoudelijke taken en het bieden van structuur en stabiliteit. Wanneer er sprake is van complexere problematiek en/of verergering van de problematiek wordt dat gesignaleerd door de thuisbegeleider. Het buurtteam of de individuele begeleider in de aanvullende zorg werkt met de betrokkene aan deze problematiek.

Rechtspraak bij dit artikel