Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.1.1.

Archeologie

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Opsterland

1.. Conform de Monumentenwet 1988 en de daarin in 2007 opgenomen Wet archeologische monumentenzorg dient rekening te worden gehouden met archeologische waarden in de ondergrond. De wet is gericht op het behoud van archeologische waarden op de plek zelf. Indien dit niet mogelijk is, kan onderzoek verplicht gesteld worden. 2.. Bij vervanging of de verwijdering van kabels en/of leidingen binnen een bestaand tracé, met inachtneming van de bestaande aanlegdiepte en -breedte, is geen archeologisch onderzoek nodig en geldt op voorhand een vrijstelling. 3.. Bij aanleg buiten het bestaande kabel- en leidingtracé of bij verdiepte aanleg kan een aanvullende omgevingsvergunning vereist zijn, afhankelijk van de trefkans. In de regel is burgemeester en wethouders daarvoor het bevoegd gezag. 4.. Of een omgevingsvergunning vereist is, is geregeld in het geldende bestemmingsplan of – indien het bestemmingsplan hier niets over bepaalt – in de gemeentelijke erfgoedverordening. Deze zijn gebaseerd op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) te raadplegen op www.fryslan.nl. 5.. De vergunningverlener kan archeologisch onderzoek verplicht stellen bij een aanvraag voor een nieuw tracé of een nieuwe aansluiting voor kabels en/of leidingen of bij een verbreding of verdieping van een bestaand tracé. Een archeologisch vooronderzoek bestaat uit een bureau onderzoek en een inventariserend veldonderzoek. 6.. De kosten voor archeologische onderzoek – vooronderzoek, eventueel vervolgonderzoek en mogelijk definitief onderzoek – liggen conform het in de Monumentenwet vastgestelde veroorzakersprincipe bij de vergunningsaanvrager. De vergunningverlener ontvangt het onderzoek te goedkeuring en ter (gemandateerde) besluitvorming door burgemeester en wethouders. 7.. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen aanvullende eisen worden gesteld aan het verlenen van een omgevingsvergunning, zoals: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Rechtspraak bij dit artikel