Het bepaalde in dit artikel geldt voor te handhaven groenvoorzieningen, behoudens bermen, gazons en bomen. Daarvoor geldt het bepaalde in artikel 8.4 respectievelijk 9.3.
**1..** Behalve voor het rooien van te handhaven groenvoorzieningen mag binnen de wortelzone van groenvoorzieningen niet worden gegraven.
**2..** Te handhaven groenvoorzieningen die in het kabel- of leidingtracé voorkomen mogen in de periode tussen 1 oktober en 15 april ruim worden uitgestoken en moeten, gescheiden van te ontgraven grond, ingekuild en tegen uitdroging beschermd worden.
**3..** De ontgraving ten behoeve van het rooien van groenvoorzieningen moet zo snel mogelijk, in ieder geval dezelfde dag, weer worden aangevuld. De groenvoorzieningen moeten na maximaal een dag weer worden teruggebracht, zo nodig ingekort worden en direct daarna voldoende met schoon water bewaterd worden. Herplanten kan en mag alleen na goedkeuring van de toezichthouder.
**4..** Door de toezichthouder afgekeurde en/of teruggezette groenvoorzieningen die niet meer aanslaan dienen in het eerst volgende plantseizoen (tussen 1 oktober en 15 april) door nieuw materiaal te worden vervangen.
**5..** Al het te gebruiken nieuwe materiaal dient van dezelfde soort en minimaal van eenzelfde kwaliteit en afmeting te zijn als het aanwezige materiaal. Het sortiment en de maten wordt daarbij door burgemeester en wethouders voorgeschreven. Het materiaal dient door burgemeester en wethouders goedgekeurd te zijn.
**6..** Nadat de (nieuwe) groenvoorzieningen zijn aangebracht geldt voor de grondroerder een garantietermijn van een jaar of een volledig groeiseizoen (week 13 t/m 45) na eerste oplevering.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.2.
Opname en (indien van toepassing) herstellen groenvoorzieningen (waardevolle beplanting)
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen gemeente Opsterland