Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5.1.

Bovengrondse ruimte

Onderdeel van Bomenbeleidsplan gemeente Eersel 2023-2033

De bovengrondse ruimte die een boom nodig heeft, wordt vooral bepaald door de ruimte die zijn uitgegroeide kroon nodig heeft. Deze ruimte is afhankelijk van de kroonvorm, boomgrootte en opkroonhoogte. Het is daarom van belang dat in ontwerpen de kroonprojectie van bomen op werkelijke grootte ingetekend wordt. Dat wil in principe zeggen de grootte van de uiteindelijke boom op verwachte levensduur. In de praktijk wordt de grootte op een leeftijd van ongeveer 40 jaar als voldoende ingeschat. Indien bomen op kleinere schaal in het ontwerp worden geprojecteerd kan dat misleidend werken (bijv. afstand van bomen tot gebouwen) voor toekomstige bewoners en andere betrokkenen, waardoor uiteindelijk overlast en ongewenste situaties kunnen ontstaan. De kwaliteit van de bovengrondse ruimte voor bomen wordt door de volgende factoren bepaald: De afstand tussen bomen en gebouwen, straatlantaarns, bebording e.d. In dit verband ook letten op de schaduwwerking van de bomen en de gevolgen daarvan; De afstand tussen de bomen en de verharding met rijdend verkeer. Door langsrijdend verkeer of parkeren kunnen bomen beschadigd worden. Als gevolg daarvan verzwakken ze en worden zo vatbaarder voor ziekten, wat weer tot gevolg kan hebben dat ze instabiel worden wat een velling noodzakelijk kan maken. Langs doorgaande wegen zal ook rekening gehouden moeten worden met verkeerstechnische aspecten om zo verkeersongevallen met personele en materiële schade te voorkomen; De mogelijkheid van opspattend pekelwater. Dit levert schade op aan het stamweefsel met als gevolg een verminderde conditie wat op den duur tot afsterven kan leiden; Verharding dichtbij de stamvoet levert een verhoogd risico voor beschadigingen en heeft een negatieve invloed op het zuurstof- en vochtgehalte in de bodem, waardoor de vitaliteit beïnvloed wordt.

Rechtspraak bij dit artikel