In de APV worden verschillende toetsingscriteria voor verlening en weigering van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand vermeld. Deze criteria en de toepassing daarvan behoren helder en transparant te zijn. Bovendien dient de procedure voldoende bij burgers bekend te zijn.
Op basis van de criteria wordt het belang voor het behoud van de boom afgewogen tegen het belang de boom te vellen. Met behulp van het toetsingskader kan de verlening dan wel weigering van een omgevings-vergunning voor het vellen van een houtopstand op een consequente en op basis van te voren vastgestelde motieven onderbouwd worden.
In de APV worden de volgende weigeringsgronden genoemd:
natuurwaarden. Hiervan is in ieder geval sprake als:
de houtopstand een schuil- of broedplaats biedt aan fauna;
de houtopstand foerageergelegenheid (voedsel) biedt aan fauna;
de houtopstand een belangrijke zaadbron is voor een autochtoon ras (genetische waarde);
de houtopstand huisvesting biedt aan beschermde flora;
de houtopstand op zichzelf natuurwaarde heeft (onderdeel van een bos of gemeentelijke en/of landelijke verbindingszone) en aan die natuurwaarde afbreuk wordt gedaan wanneer de houtopstand wordt geveld.
landschappelijke waarden. Hiervan is in ieder geval sprake als:
de houtopstand typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door; bodemgesteldheid, waterhuishouding, cultuurhistorie e.d. (lanen, restant bosje, houtwal, solitaire boom) of
de houtopstand onderdeel is van een belangrijke verbinding (verkeersgroen).
waarden van dorpsschoon. Hiervan is in ieder geval sprake als:
de houtopstand een onderdeel is van een beschermd dorpsgezicht;
de houtopstand een onderdeel is van een rijksmonument of een gemeentelijk monument;
de houtopstand bijzonder en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort);
de houtopstand karakteristiek is voor een straat/wijk;
de houtopstand onderdeel is van het straat-/laanbeeld;
de houtopstand karakteristiek is voor de plek (ensemblewaarde);
de houtopstand een onderdeel is van een groenbeleidsplan, beeldkwaliteitsplan, groenbeheerplan, structuurplan of een andere planologische maatregel;
de houtopstand bijzonder en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort).
Beeldbepalende bomen. Hiervan is sprake als:
De houtopstand het woongenot op buurt- of straatniveau vergroot.
cultuurhistorische waarden. Hiervan is in ieder geval sprake als:
de houtopstand aangegeven is op de lijst van monumentale bomen;
de houtopstand een rol speelt in de geschiedenis van de omgeving;
de houtopstand een herdenkingsboom is (gepland ter gelegenheid van een belangrijke gebeurtenis (bijv. geboorte prins/prinses, huwelijk of jubileum).
Waarden voor recreatie en leefbaarheid. Er wordt gekeken naar:
de conditie van houtopstand;
de stabiliteit / breukvastheid (wortelstelsel/stam/kroon) van de houtopstand;
de houtopstand een onlosmakelijk onderdeel van het geheel vormt (stabiliteit bijv. ineen gegroeide kronen);
de houtopstand een waarde heeft voor de recreatie.
Voor de landelijke en gemeentelijke monumentale bomen en de beschermwaardige bomen wordt geen omgevingsvergunning verleend, tenzij instandhouding een zwaar maatschappelijk belang belemmert of om boomdeskundig gestaafde veiligheidsredenen niet langer verantwoord is. Indien er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke belangen, waarbij alternatieven uitputtend onderzocht zijn, of wanneer instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade, kan door het college een vergunning verleend worden.