Het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:162) beschrijft de zorgplicht voor eigenaren van bomen. De zorgplicht houdt in, dat de eigenaar regelmatig onderhoud moet plegen en de veiligheid van de bomen regelmatig moet controleren. De gemeente moet maatregelen nemen als er een veiligheidsrisico is. Maatregelen zijn bijvoorbeeld extra onderzoek, technische onderhoudsmaatregelen of verwijdering van de boom.
De zorgplicht heeft alles te maken met vakmatig beheer en onderhoud, maar is tevens gebaseerd op morele, juridische en verzekeringstechnische principes die beogen burgers te beschermen. De zorgplicht heeft tot doel ongelukken te voorkomen en, in het geval er toch iets gebeurt, te kunnen bepalen wie aansprakelijk is. Iedere boomeigenaar is zorgplichtig.
De gemeente heeft op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek risicoaansprakelijkheid voor schade die een gemeentelijke boom toebrengt aan personen en goederen. Dit houdt in dat degene die schade lijdt, niet hoeft aan te tonen dat de beheerder nalatig is geweest. Wanneer de gemeente kan aantonen de boom goed te hebben onderhouden, voldoende en tijdig onderzoek te hebben gedaan naar de veiligheid en eventueel benodigde maatregelen om de veiligheid te garanderen heeft uitgevoerd, dan kan zij niet aansprakelijk gehouden worden voor de schade. Er is dan sprake van overmacht.
De wetgever eist van de boomeigenaar dat de zorgplicht wordt uitgevoerd via een reproduceerbare en controleerbare systematiek. Registratie van de verzamelde gegevens is van groot belang. De eis is niet dat iedere boom veilig is, maar dat het risico voor gevaarzetting onderzocht wordt en dat vervolgens maatregelen worden genomen als er gevaarzetting is. De standplaats van een boom, ouderdom of toestand van de boom zijn risicofactoren. Zo hebben bomen langs een drukke weg en oude bomen een intensievere controle nodig.
Met ferme wind kunnen gezonde bomen in een bos ook omvallen, zo ook aan de rand. Het is praktisch niet werkbaar om alle bomen die mogelijk op de openbare weg kunnen vallen in kaart te brengen. Daarom wordt tijdens een inspectie wel naar het bosplantsoen gekeken en waar nodig gevaarlijke takken of bomen verwijderd.
Bomen jonger dan 20 jaar hebben geen regelmatige controle nodig, de verwachting is dat zij vanwege hun leeftijd geen gevaar vormen. Monumentale bomen, of in het centrum van Eersel (markt) dienen jaarlijks gecontroleerd te worden. Bomen langs andere wegen in en buiten de bebouwde kom, in woongebieden en bedrijventerreinen moeten om de drie jaar gecontroleerd worden. Solitaire bomen in het landschap, singels en bomen in houtwallen hoeven niet gecontroleerd te worden. In het geval deze bomen door ouderdom, blikseminslag, storm of andere oorzaken omvallen veroorzaken zij geen schade aan mensen en/of goederen.
Soort/ locatie boom
Frequentie VTA
Monumentale Bomen
Jaarlijks
Attentiebomen
Jaarlijks
Bomen langs wegen in de bebouwde kom
Om de 3 jaar
Bomen bij bedrijventerreinen
Om de 3 jaar
Bomen aan bosplantsoenranden binnen de kom met mogelijk gevaar voor de openbare weg
Om de 3 jaar
Solitaire bomen, singels, houtwallen buitengebied
n.v.t.
Tabel 1 Frequentie VTA
Gemeente Eersel heeft de VTA inspectie opgedeeld in drie gebieden, een gebied komt zo eens in de drie jaar aan bod voor de controle. Bomen die een hoger controle frequentie verlangen worden elk jaar meegenomen.
Om aan de zorgplicht te voldoen moet aan de volgende eisen voldaan worden:
regelmatig onderhoud;
het bijhouden van onderhoudsrapportages;
het regelmatig houden van boomveiligheidscontroles (VTA, Virtual Tree Assessment) met bovenstaande frequentie.
Hierdoor wordt bereikt:
een acceptabel veiligheidsniveau rondom bomen in de bebouwde omgeving en langs drukke we-gen;
dat de kans op letsel en schade vermindert.