**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden
betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
termijn een maand later.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan
niet hoger is dan € 20.000 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden be-taald
in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet
geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
**3..** Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische
incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische
incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
**4..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termij-nen.
Artikel 7.
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2022