Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2022

1.. De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten, verder te noemen: “eigenarendeel”; en van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeen¬telijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: “gebruikersdeel”. 2.. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroe¬rende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.. Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door de persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel