Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang.

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2022

1.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. De belasting als bedoeld in hoofdstuk III van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd per aanbieding of bij aanvang van de dienstverlening. 5.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 6.. Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep een belastingplichtige behoort geldt als peildatum 1 januari van het belastingjaar voor het gehele jaar. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar geldt als peildatum voor het resterende deel van het belastingjaar het tijdstip van aanvang van de belastingplicht.

Rechtspraak bij dit artikel