De meeste gemeenten in Nederland baseren de parkeernormen op basis van kencijfers van het CROW. Het CROW doet al enkele decennia onderzoek naar de verkeersaantrekkende werking en parkeervraag bij diverse functies. Afhankelijk van de stedelijkheid, ligging binnen de gemeente en het plaatselijke autobezit, geldt er een bandbreedte waarmee de kencijfers als lokale, maatgevende parkeernormen kunnen worden vastgesteld.
In december 2018 zijn nieuwe kencijfers van het CROW uitgebracht in de publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Deze nieuwe kencijfers zijn het vertrekpunt voor de nieuwe parkeernormen. In bijlage 1 zijn de parkeernormen Best opgenomen, in dit hoofdstuk is beschreven hoe de normen zijn bepaald.
Gebiedsindeling
Naast het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen, zoals OV, is ook de locatie van de functie van belang voor de parkeervraag. Functies in het centrum hebben over het algemeen een lagere parkeervraag dan dezelfde functies op andere locaties in de bebouwde kom. Ook de kwaliteit van het openbaar vervoer is essentieel. Gelet op de ruimtelijke ambities bij het station en invoering van de blauwe zone is het stationsgebied apart gekenmerkt voor specifieke parkeernormen.
In de volgende afbeelding is de gebiedsindeling weergegeven. Daarbij is het gebied buiten de schil en binnen de bebouwde kom gekenmerkt als ‘rest bebouwde kom’ en het gebied buiten de bebouwde kom gekenmerkt als ‘buitengebied’.
Bandbreedte
De CROW kencijfers van 2018 zijn ten opzichte van de kencijfers uit 2012 minimaal gewijzigd. Daarnaast is het autobezit in de gemeente niet significant toegenomen en wijzen de gemeentelijke ambities ook niet in de richting om de parkeernorm te gaan verhogen. In de basis worden daarom geen structurele wijzigingen doorgebracht in de hoogte van de parkeernormen, zoals deze in 2015 zijn bepaald. Dit betekent dat de parkeernorm aansluit bij de onderkant van de bandbreedte van de parkeerkencijfers.
De parkeernormen in de bijlage gelden als minimale normen. Daarbij staat het de ontwikkelende partij vrij om op haar eigen terrein meer parkeerplaatsen te realiseren dan in de parkeereis is opgenomen.
Stedelijkheidsgraad
De stedelijkheidsgraad zegt wat over de omgevingsadressendichtheid in de gemeente, ofwel het aantal adressen per vierkante kilometer. De CBS-cijfers van 2020 wijzen uit dat in Best de omgevingsadressendichtheid lichtelijk is toegenomen, van 1.319 naar 1.392 adressen per km2. De klassering ‘matig stedelijk’ blijft echter standhouden (1.000-1.500 adressen per km2).
In haar gebiedsindeling hanteert het CROW geen aparte kencijfers voor een stationsgebied. Omdat het stationsgebied in Best voor andere ruimtelijke opgaven staat dan het centrum, is onderscheid gemaakt naar stedelijkheid. Het stationsgebied onderscheid zich met 1.800 adressen per km2 als ‘sterk stedelijk’. Voor het stationsgebied gelden daarom de parkeerkencijfers met ligging ‘centrum’ voor een ‘sterk stedelijk’ gebied in plaats van ‘matig stedelijk’ zoals in de rest van de gemeente Best. Met deze uitgangspunten zijn de parkeernormen in bijlage 1 bepaald.