Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4

Verkorten en (snel) oplossen van schulden

Onderdeel van Beleidsplan Schuldhulpverlening gemeente Baarle-Nassau 2022-2025

Inwoners die met (problematische) schulden aankloppen bij de hulpverlening, hebben vaak een lange periode achter de rug waarin hun problemen opliepen. Als zij de (moeilijke) stap naar de hulpverlening weten te zetten, verdienen ze het om snel geholpen te worden. We streven er dan ook naar om de periode tussen aanmelden bij de hulpverlening en het realiseren van een schuldenoplossing, de zogeheten doorlooptijd, te minimaliseren. Daarbij hanteren wij de uitgangspunten zoals omschreven in hoofdstuk 4. Een schuldhulpverleningstraject bestaat uit 2 fases (zie ook bijlage 1): Fase 1: Stabilisatiefase In deze periode dienen alle zaken op orde te worden gebracht om de kans van slagen in het minnelijke traject te vergroten. In deze fase vindt o.a. de aanmelding en intake plaats, worden de schulden geïnventariseerd, wordt gekeken naar het recht op voorzieningen en wordt soms budgetbeheer ingezet. Fase 2: Schuldregelingsfase (minnelijk traject) In deze fase neemt de schuldhulpverlener contact op met de schuldeisers. Ook doet hij een betalingsvoorstel. Om in aanmerking te komen voor een schuldregeling, moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden: De klant moet schuldregelingsovereenkomst tekenen; De klant mag geen nieuwe schulden maken en moet vaste lasten op tijd betalen; De maximale afloscapaciteit moet worden ingezet voor de aflossing van de schulden (dit is het inkomen minus het zgn. Vrij Te Laten Bedrag16Bij een minnelijke schuldregeling berekent de schuldhulpverlener aan de hand van de persoonlijke situatie van de schuldenaar en volgens strikte en objectieve normen van de NVVK wat zijn VTLB is. Het VTLB is voldoende om de vaste lasten te betalen en te leven op bijstandsniveau. Alle inkomsten boven het VTLB worden over een periode van drie jaar aangeboden aan de schuldeisers. Aan hen wordt gevraagd dit bedrag (percentagevoorstel) tegen finale kwijting te accepteren en het meerdere van de schulden kwijt te schelden); Alle schuldeisers moeten akkoord gaan met het betalingsvoorstel17Indien de schuldeisers niet akkoord gaan met het betalingsvoorstel van de schuldhulpverlenende organisatie, kan een dwangakkoord, of een voorlopige voorziening of een moratorium worden aangevraagd. Het uitgangspunt is; dat een schuldenaar die zich - gedurende een periode van maximaal 3 jaar - volledig heeft ingezet om zijn schulden te betalen, recht heeft op een schone lei. Als alle schuldeisers akkoord gaan met het voorstel komt de minnelijke schuldregeling tot stand. Deze kent twee vormen: een schuldbemiddeling18Bij een schuldbemiddeling wordt maandelijks alle inkomsten boven het VTLB gereserveerd. Eén keer per jaar vindt een herberekening plaats. Alle schuldeisers krijgen elk jaar een bedrag uitgekeerd. Het (in het begin) aangeboden percentage aan schuldeisers is een prognose. De uiteindelijke uitkering kan hiervan afwijken (door bijvoorbeeld verlies of juist vinden van een baan, ziekte en dergelijke). of een schuldsanering/saneringskrediet19Bij een schuldsanering wordt een saneringskrediet door een gemeentelijke kredietbank verstrekt. De schuldeisers krijgen ineens het bedrag uitgekeerd waar ze mee akkoord zijn gegaan en de schuldenaar betaalt het krediet in 36 maanden terug aan de gemeentelijke kredietbank. Het percentage dat aan de schuldeisers is aangeboden ligt vast.Beiden worden geregistreerd bij BKR.. WSNP (wettelijk traject) Als het niet lukt, al dan niet via een dwangakkoord, om tot een minnelijk akkoord te komen met de schuldeisers, dan wordt de rechter gevraagd om een oplossing: het wettelijke traject via de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Inwoners die behoefte hebben aan ondersteuning bij de weg naar de Wsnp worden door de schuldhulpverlener geholpen. De rechtbank beslist en wijst een WSNP-bewindvoerder aan (dit is iets anders dan een beschermingsbewindvoerder). Tijdens de WSNP geldt een aantal verplichtingen: De klant moet de bewindvoerder alle relevante informatie geven: De klant mag geen nieuwe schulden aangaan; De klant moet voldoen aan een sollicitatie- en inspanningsplicht; De klant moet zoveel mogelijk inkomsten verwerven en het gedeelte dat uitkomt boven het Vrij Te Laten Bedrag afdragen aan de boedelrekening. De rechter kan schuldeisers verplichten om mee te werken. Na een periode van 3 tot 5 jaar worden de overgebleven schulden kwijtgescholden. Traject voor flankerende hulp Naast en tegelijkertijd met het technische schuldhulpverleningstraject loopt vaak een traject voor hulp voor achterliggende problematiek. Soms kan dit gaan om ondersteuning bij het op orde houden van de thuisadministratie. Soms speelt er zwaardere, psychosociale problematiek. Het is van belang dat in het schuldhulpverleningstraject de samenwerking wordt gezocht tussen PLANgroep, Dorpsteam en vrijwilligers. Alleen op die manier kan problematiek integraal worden opgepakt. De gemeente organiseert met regelmaat overleggen om deze samenwerking te vorm te faciliteren en indien nodig te verbeteren.

Rechtspraak bij dit artikel