**1..** Het college kan de aanwijzing als gemeentelijk monument en de aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument wijzigen.
**2..** Indien de wijziging ziet op het schrappen uit het registeren dan zijn artikelen 2.3.2.1 t/m 2.3.2.3, 6.2.1.1 en 2.3.2.4 t/m 2.3.2.7 van overeenkomstige toepassing, tenzij de onroerende zaak of het terrein niet meer bestaat.
**3..** De aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument vervalt met ingang van de dag waarop de onroerende zaak of het terrein wordt ingeschreven in het rijksmonumentenregister of in een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet.
**4..** De intrekking of het vervallen van de aanwijzing van het beschermd gemeentelijk monument wordt in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.2
Artikel 2.3.2.7