Naar hoofdinhoud
1.. Als het college het voornemen heeft om een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, maakt zij dit schriftelijk bekend aan alle zakelijk gerechtigden op die onroerende zaak die genoemd staan in de openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2.. Voordat een monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. 3.. De bescherming van artikelen 3.5.1.1 t/m 3.5.2.3 zijn van toepassing op een voornemen tot aanwijzen van een onroerende zaak of terrein tot een beschermd gemeentelijk monument. 4.. De bescherming van lid 3 vervalt als de onroerende zaak of het terrein als beschermd gemeentelijke monument is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister. De bescherming vervalt ook wanneer de onroerende zaak of het terrein wordt opgeheven als zijnde een beschermd gemeentelijk monument of als de bestuursrechter het aanwijzingsbesluit vernietigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel