Naar hoofdinhoud
1.. In het belang van de veiligheid op het water, ter bescherming van het milieu of ter voorkoming of opheffing van overlast is het niet toegestaan gebruik te maken van gemotoriseerde voertuigen. Dit verbod is van toepassing op de door het college aangewezen gebieden. 2.. In de aangewezen gebieden is het niet toegestaan om: vaartuigen aan te leggen aan bomen of struiken; op de een of andere manier schade toe te brengen aan oevers en gewassen. 3.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het noodzakelijke onderhoud aan watergangen of oevers, welke wordt uitgevoerd door of namens de beheerders. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor elektromotoren met een vermogen tot maximaal 1000 Watt. 5.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel