Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2:11

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Meppel

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3.. De vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop wordt verleend voor een periode van 5 jaar. 4.. Geen vergunning is vereist voor een: openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; openbare inrichting in een zorginstelling; openbare inrichting in een museum; bedrijfskantine of –restaurant; of een Bed- en Breakfast voor maximaal 6 personen, zonder kookgelegenheid, ondergeschikt aan de woonfunctie. 5.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 6.. Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de ingebruikname van een openbare plaats voor een terras weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik het doelmatige beheer en onderhoud van de weg belemmert; 7.. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2:11 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente. 8.. De exploitatie van een openbare inrichting waarop een besluit als bedoeld in het zesde lid geldt, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. 9.. De vergunning vervalt zodra de exploitant van de vergunning, de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk heeft beëindigd. Van beëindiging is in ieder geval sprake, indien: het horecabedrijf blijkens de registers van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd; op grond van andere informatie blijkt, dat het horecabedrijf niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd. 10.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefklimaat nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel