Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2.33

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Meppel

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet aangelijnd is; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd; of op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Rechtspraak bij dit artikel