**1..** Het college kan vergunningen en ontheffingen verlenen en daaraan beperkingen en voorschriften binden.
**2..** De vergunningen en ontheffingen worden verleend voor een éénmalige gedraging of handeling, of met een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden. Het college kan de geldigheidsduur telkens verlengen met ten hoogste twaalf maanden.
**3..** De verlening van een vergunning of ontheffing en de verlenging van een geldigheidsduur geschieden schriftelijk; de verlenging van een ontheffing kan in spoedeisende gevallen voor een éénmalige gedraging of handeling van korte duur mondeling geschieden.
**4..** Een vergunning of ontheffing wordt in elk geval niet verleend indien redenen van orde en veiligheid in openbaar water, milieubelang alsmede het doelmatig gebruik van de haven, zich daartegen verzetten.
**5..** De geldigheidsduur van een vergunning of ontheffing wordt niet verlengd indien:
gebleken is dat gedurende het laatste tijdvak van geldigheid door de aanvrager geen gebruik werd gemaakt van de eerder verleende vergunning of ontheffing;
de redenen van orde en veiligheid in de haven zich tegen een verlenging van de geldigheidsduur verzetten.
**6..** In het geval, bedoeld in het vijfde lid, onder a, kan de geldigheidsduur worden verlengd indien op genoegzame wijze is aangetoond dat om gegronde reden geen gebruik kon worden gemaakt van de ontheffing of vergunning.
**7..** Het college kan een vergunning, een ontheffing of een verlenging van een geldigheidsduur intrekken indien:
een reden waarom zij werd verleend of verlengd is vervallen;
een daaraan verbonden beperking of voorschrift niet wordt nageleefd;
zich na de verlening of verlenging een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening of verlenging bekend was geweest, de vergunning, de ontheffing of de verlenging van de geldigheidsduur niet of niet in die vorm zou zijn verleend.