Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.1

Uitgangspunten, doelen en resultaten

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2022

3.1.1 Uitgangspunten De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig en veilig kunnen wonen, de normale dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. De gemeente bevordert en realiseert algemene voorzieningen als deze meehelpen om de inwoner zoveel mogelijk te laten meedoen. De gemeente zorgt voor niet-geïndiceerde ambulante ondersteuning in de vorm van informatie en advies, vraagverheldering, kortdurende en langdurende ondersteuning die zonder een beoordeling of met een beperkte beoordeling toegankelijk is. De gemeente realiseert dagactiviteiten met lichte ondersteuning, die meehelpen om inwoners te laten meedoen, die enige structuur bieden en die de taken van mantelzorgers kunnen verlichten. De inwoner kan voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo in aanmerking komen als een vrij toegankelijke algemene voorziening niet voldoende ondersteuning biedt en voor het overige is voldaan aan de voorwaarden van de wet en deze verordening. Een inwoner komt alleen in aanmerking voor ondersteuning op grond van deze verordening als: de ondersteuning langdurig noodzakelijk is. de ondersteuning het goedkoopst en passend is. 3.1.2 Geen ondersteuning De gemeente kan niet altijd ondersteuning geven. De gemeente geeft geen ondersteuning, als: De inwoner niet in de gemeente zijn hoofdverblijf heeft; de inwoner de noodzaak voor ondersteuning had kunnen voorkomen; de inwoner de noodzaak voor ondersteuning had kunnen verwachten en zich daarop voor had kunnen bereiden, waardoor de ondersteuning voorkomen had kunnen worden; deze wordt gevraagd vanwege een verhuizing die gezien de beperkingen niet noodzakelijk is en waarvoor geen andere belangrijke reden aanwezig is; de ondersteuning algemeen gebruikelijk is of als het gaat om normale maatschappelijke kosten; de inwoner zijn beperkingen zelf kan oplossen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk; de inwoner de gevolgen van zijn beperkingen kan verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren; de inwoner gebruik kan maken van een andere wettelijke regeling of een andere voorziening of van zijn eigen kracht of van zijn sociaal netwerk; de inwoner de gevraagde ondersteuning eerder dan 6 maanden voorafgaande aan de datum van melding bij de gemeente zelf al heeft geregeld of aangeschaft; de inwoner de gevraagde ondersteuning zelf al heeft geregeld of aangeschaft in de periode van 6 maanden voorafgaande aan de datum van melding bij de gemeente. Dit geldt niet als achteraf kan worden vastgesteld dat de ondersteuning noodzakelijk was; nadat hij zich heeft gemeld bij de gemeente voor ondersteuning, maar voordat een besluit is genomen. Dit geldt niet als de gemeente daarvoor toestemming heeft verleend of als achteraf kan worden vastgesteld dat de ondersteuning noodzakelijk was; de aanvraag een voorziening betreft die al eerder aan de inwoner is verstrekt en die bij normaal gebruik nog niet aan vervanging toe zou zijn. Dit geldt niet als: de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; de inwoner (gedeeltelijk) tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten; de eerder verstrekte voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag van de inwoner. de voorziening een therapeutisch doel heeft of is bedoeld voor behandeling; de inwoner onvoldoende meewerkt of onvoldoende informatie geeft, zodat de gemeente niet kan vaststellen of de voorziening noodzakelijk is; De voorziening niet grotendeels op de inwoner zelf is gericht. De gemeente stelt nadere regels vast waarin de door de gemeente geformuleerde uitgangspunten, te bereiken doelen en resultaten zijn uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel