**1..** Tot culturele organisaties worden gerekend:
Harmonieën en fanfares;
Overige instrumentale verenigingen;
Zangkoren;
Ritmische dansgroepen;
Dans- en showgroepen;
Balletgroepen;
Schutterijen;
Toneelverenigingen;
Carnavalsverenigingen;
Stichting Culturele Evenementen;
Heemkundeverenigingen.
**2..** Lid: iemand die op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij een instelling is ingeschreven, daadwerkelijk aan die instelling contributie betaalt en indien mogelijk, door de instelling bij een overkoepelende landelijke, provinciale en/of regionale organisatie is aangemeld.
**3..** Jeugdlid: een lid dat actief deelneemt aan de activiteit(en) van de betreffende organisatie en op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd de leeftijd van 4 jaar, maar nog niet de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt.
**4..** Eigen accommodatie: een accommodatie die eigendom is van een vrijwilligersorganisatie en is aan te merken als te gebruiken voor culturele activiteiten.
**5..** Basissubsidie: jaarlijkse subsidie als tegemoetkoming in de kosten die direct verbonden zijn met de kernactiviteit van een vrijwilligersorganisatie.
**6..** Vrijwilligersorganisatie: een organisatie die werkzaam is in de maatschappelijke, culturele of sportieve sector en wier werkzaamheden voor een groot deel door vrijwilligers wordt uitgevoerd. Doorgaans zijn vrijwilligersorganisaties (onderdeel van) stichtingen of verenigingen zonder winstoogmerk.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
Begrippenlijst
Onderdeel van Deelsubsidieverordening Stimuleringssubsidie Cultuur 2022