Naar hoofdinhoud
De Commissie bestaat uit vier leden. De leden van de Commissie worden door de raad uit zijn midden benoemd. De Commissie kiest uit haar midden een voorzitter. Bij ontstentenis van de voorzitter wijzen de aanwezige leden van de Commissie uit hun midden een voor-zitter aan. De voorzitter en de leden hebben zitting tot de datum waarop zittingsperiode van de raad afloopt. Het lidmaatschap eindigt tussentijds zodra men ophoudt lid te zijn van de raad of door een desbetreffend besluit van de raad. De leden van de Commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij dienen dit ontslag schriftelijk in bij de raad, onder gelijktijdige schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter van de Commissie. De raad kan tevens drie plaatsvervangende leden uit zijn midden benoemen. De leden 5, 6 en 7 van dit artikel zijn tevens van toepassing op de plaatsvervangende leden. Als er een vacature in de Commissie ontstaat, benoemd de raad uit zijn midden zo spoedig mogelijk een nieuw lid.

Rechtspraak bij dit artikel