Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Verordening parkeerbelasting 2022

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; b. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; c. houder: degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat ingeschreven in het – krachtens de WVW 1994 – aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt: degene op wiens naam het voor het voertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven, of; degene die middels een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het register was ingeschreven, of; degene die middels een verklaring kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van een ander in het register was ingeschreven;

Rechtspraak bij dit artikel