Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8. › Paragraaf 8.3

Artikel 8.3.1

Voorwaarden – algemeen

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oost Gelre

1. . Een inwoner kan kiezen voor een pgb, als de inwoner in aanmerking komt voor hulp-op-maat op grond van de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn, dat de inwoner voldoet aan de volgende voorwaarden: De inwoner kan het pgb beheren. Dit houdt in dat hij de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit het sociale netwerk, of met iemand die hem vertegenwoordigt. Ook kan hij voldoende voor zijn eigen belangen opkomen. De inwoner maakt de gemeente duidelijk waarom hij een pgb wil ontvangen. Gaat het om jeugdhulp, dan moet de inwoner motiveren waarom hulp-op-maat door een aanbieder van de gemeente, niet passend is. De hulp die de inwoner met het pgb wil betalen, is van goede kwaliteit. De hulp moet veilig en doeltreffend zijn en op de inwoner gericht. Dit moet duidelijk worden in het pgb-plan van de inwoner. 2. . De gemeente kan een pgb in elk geval weigeren in de volgende situaties: De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en wil het pgb laten beheren door de hulpverlener. De gemeente heeft eerder hulp-op-maat of een pgb toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken. De inwoner vraagt een pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan. De kosten van een pgb zijn voor de gemeente hoger dan de kostprijs voor hulp-op-maat in natura. Het pgb kan dan geweigerd worden voor zover de kosten hoger zijn. 3. . Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; het voeren van een pgb-administratie; ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; en kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).

Rechtspraak bij dit artikel