**1..** In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op.
**2..** Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt minimaal aandacht besteed aan:
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
het verloop van de grondvoorraad;
de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;
**3..** Het voeren van grondexploitaties brengt risico’s met zich mee. De gemeente onderscheidt twee soorten risico, namelijk:
Programmarisico. Dit zijn conjuncturele risico’s als gevolg van macro economische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op bijvoorbeeld de grondopbrengsten (hoogte grondprijzen en uitgiftetempo), de kosten voor bouw- en woonrijp maken en de rente. Minimaal eenmaal per jaar (bij de Begroting) wordt een reëel negatief scenario bepaald en doorgerekend.
Projectrisico’s. Tweemaal per jaar wordt op projectniveau een risicoanalyse uitgevoerd, namelijk bij de Begroting en de Jaarrekening. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt wat risico is (Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg? Hoe kunnen risico’s worden beheerst of voorkomen?). Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de financiële impact als het risico zich voordoet en een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet. Daarna kan berekend worden welk deel van het financiële risico afgedekt dient te worden.
**4..** Om de risico’s te beperken die samenhangen met zeer langlopende projecten, hebben grondexploitaties in beginsel een maximale looptijd van maximaal 10 jaar. Hiervan kan op basis van voortschrijdend inzicht gemotiveerd worden afgeweken. De langere looptijd en motivatie dienen expliciet te zijn geautoriseerd door de raad en verantwoord in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico beperkende beheersmaatregelen die zijn genomen om de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren.
**5..** De bestemmingsreserve grondexploitaties dient om risico’s van de grondexploitaties op te vangen. Het beleid omtrent de vorming en de aanwending van de reserve is vastgelegd in een nota reserves en voorzieningen. De gewenste omvang van de reserve wordt jaarlijks bepaald in de paragraaf grondbeleid van de begrotingen en jaarrekening op basis van de uitgevoerde risicoanalyses.
**6..** De voorziening voor verlieslatende grondexploitaties dient om de verliezen van de negatieve grondexploitaties op te vangen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Het beleid omtrent de vorming en de aanwending van de voorziening is vastgelegd in een nota reserves en voorzieningen.
**7..** Als een grondexploitatie naar verwachting winstgevend is dan dekt de gemeente de risico’s af binnen de grondexploitatie. Als een grondexploitatie naar verwachting onvoldoende winstgevend is om de risico’s af te dekken of geen winstverwachting heeft, dan dekt de gemeente de risico’s af met de bestemde reserve grondexploitaties.
**8..** De winst voor grondexploitaties met een winstpotentie dient (tussentijds) te worden verantwoord, volgens de ‘Percentage of Completion’ methode (POC). Hierbij gelden drie voorwaarden:
het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
de opbrengsten (gronduitgifte) zijn (deels) gerealiseerd; én
de kosten zijn (deels) gerealiseerd.
**9..** Jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening wordt berekend of (tussentijdse) winstneming aan de orde is. Tussentijdse winstneming wordt niet geprognosticeerd in de grondexploitaties en de reserve grondexploitaties. De prognoses gaan uit van winstneming bij het afsluiten van de grondexploitatie. De grondexploitaties dragen de (tussentijdse) winstneming af aan de reserve grondexploitaties.
**10..** In de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën grondexploitaties:
Faciliterend grondbedrijf: Hiervan is sprake wanneer bouwplannen worden gerealiseerd op grond van private partijen en de gemeente kostenverhaal pleegt.
Bouwgrond in exploitatie: Hiervan is sprake als de gemeente een actief grondbeleid voert. Dit betekent dat de gemeente grond koopt, die bouw- en woonrijp maakt en weer verkoopt aan ontwikkelaars, aannemers en particulieren of in erfpacht uitgeeft.
(Nog) niet in exploitatie genomen gronden: Overige grondposities die niet voldoen aan de definities in lid 10 sub a of lid 10 sub b.
**11..** Posities inzake faciliterend grondbedrijf conform lid 10 sub a, worden verantwoord onder de nog te ontvangen bedragen of vooruit ontvangen bedragen, als zijnde het verschil tussen de gemaakte kosten en de ontvangen vergoedingen uit hoofde van anterieure overeenkomsten.
**12..** Bouwgronden in exploitatie conform lid 10 sub b worden afzonderlijk verantwoord onder de voorraden en gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken) alsmede de rentekosten berekend zoals voorschreven in de BBV als ook administratie- en beheerskosten.
**13..** Bij winstneming wordt de in lid 8 van dit artikel beschreven methode van Percentage of Completion (POC) gevolgd: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst genomen. De berekening van de tussentijds te nemen winst gaat via de formule “(% realisatie kosten x % realisatie opbrengsten) x geraamde winst in euro”. Hierbij wordt rekening gehouden met eventuele onzekerheden in de bepaling van de geraamde winst. Deze onzekerheden worden gekwantificeerd op basis van “kans x impact”.
**14..** De (nog) niet in exploitatie genomen gronden conform lid 10 sub c worden verantwoord onder de vaste activa en gewaardeerd tegen kostprijs of lagere marktwaarde.
**15..** Bij gemengde projecten dient de administratieve kostenverdeling gesplitst te worden tussen de in lid 10 van dit artikel genoemde categorieën.
**16..** Indien sprake is van een lagere marktwaarde dan de boekwaarde, wordt een bijzondere waardevermindering verantwoord voor het verschil waarmee de boekwaarde de realiseerbare waarde overschrijdt.
**17..** Bij het bepalen van de marktwaarde voor nog niet in exploitatie genomen gronden, is het uitgangspunt het huidige bestemmingsplan.
**18..** Bijzondere waardeverminderingen worden jaarlijks herzien.
Hoofdstuk 4.
Artikel 22.