De volgende voorschriften gelden naast de voorschriften verbonden aan de vergunning als bedoeld in artikel 10.63, tweede lid Wet milieubeheer:
het stoken mag geen gevaar of hinder opleveren voor de omgeving. Als tijdens het stoken blijkt dat het verkeer of bewoners in de omgeving last hebben van rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden gestaakt;
na afloop van het stoken moeten de vuurresten volledig worden gedoofd en de verbrandingsresten zo spoedig mogelijk;
de vuur- en verbrandingsresten moeten uiterlijk binnen één week, op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden verwijderd en afgevoerd;
het stoken mag geen bodemverontreiniging veroorzaken;
het snoeihout moet droog zijn voordat het wordt verbrand;
gezorgd moet worden voor een goede verbranding van het snoeihout, zodat de rookontwikkeling zo gering mogelijk is;
het stoken mag niet plaatsvinden als sprake is van een door berichtgeving via radio en/of TV kenbaar gemaakte waarschuwingsfase van verhoogde concentraties luchtverontreiniging.
Artikel 1.4.2.3
Algemene regels Wet milieubeheer kamp- en vreugdevuren alsmede vuur bij culturele festiviteiten
Onderdeel van Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal