De volgende voorschriften gelden naast de voorschriften verbonden aan de vergunning als bedoeld in artikel 3.9.1, eerste lid Av:
Het stoken moet minstens één week van te voren schriftelijk aan het team Vergunningverlening, toezicht en handhaving van de gemeente worden gemeld;
Vanaf ontbranding moet constant toezicht gehouden worden door minimaal twee personen van de organisatie tot het vuur is gedoofd. Zij zijn belast met de algemene veiligheid gedurende het stoken. De personen moeten volwassen (18 jaar of ouder) en nuchter zijn en op de hoogte te zijn van de geldende brandveiligheidsvoorschriften. Deze toezichthoudende personen moeten telefonisch bereikbaar zijn voor de gemeente;
Het stookterrein moet goed bereikbaar zijn voor brandweer, politie en ambulance;
Het stoken moet plaatsvinden op een afstand van minimaal:
25 meter van het publiek;
30 meter van een gebouw, een opstapeling van oogstproducten, erfbeplanting en hoogspanningsleidingen;
100 meter van een bos-, heide- of duinterrein en veengrond;
25 meter van een openbare weg;
100 meter van brandgevoelige objecten;
In de directe nabijheid van de stookplaats moeten tenminste twee draagbare blustoestellen aanwezig zijn met een minimale inhoud van elk tenminste 6 kg of liter blusstof. De draagbare blustoestellen moeten permanent bereikbaar en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. Elk draagbaar blustoestel dient conform de NEN 2559 te zijn onderhouden. Houd rekening met het juiste blusmiddel. Daarnaast dienen in de directe nabijheid van de stookplaatséén blusdeken, twee schoppen en twee met water gevulde emmers van minimaal 10 liter aanwezig te zijn;
Er moet zodanig worden gestookt, dat geen vliegvuur ontstaat. Het vuur dient van boven aangestoken te worden, om zo de hoeveelheid vliegvuur te verkleinen. Bij windkracht 4 op de schaal van Beaufort of meer mag het stoken geen doorgang vinden en bij laaghangende mist mag niet worden gestookt. Indien vliegvuur ontstaat, dient er direct te worden gestopt met stoken.
Tijdens het stoken dient tenminste een Basis Verbanddoos aanwezig te zijn die voldoet aan de inhoudseisen van het Oranje Kruis.
De brandstapel moet stabiel en aaneengesloten zijn opgebouwd;
De brandstapel voor kampvuren mag een maximale omvang hebben van 1 m³;
De stookplaats voor culturele festiviteiten mag maximaal 4 bij 5 meter zijn;
De stookplaats voor culturele festiviteiten mag maximaal 100 m³;
Het aanvoeren van snoeiafval en/of pallets door buurtverenigingen of dorpsraden voor de brandstapel van een vuur bij culturele festiviteiten, mag niet eerder plaatsvinden dan één week voor de dag dat ’s avonds wordt gestookt. Dit moet gebeuren onder toezicht van leden van de buurtvereniging, dorpsraad of van de eigenaar van de grond waarop de brandstapel wordt aangelegd;
Voor het aanmaken van de brandstapel moet gebruik worden gemaakt van pallets en pakken stro. Aardolieproducten en/of licht ontvlambare vloeistoffen (zoals benzine) zijn niet toegestaan.
Het stoken moet plaatsvinden op het aangevraagde tijdstip;
Uiterlijk om 24:00 uur moet het vuur gedoofd te zijn.
Indien men in een droge periode open vuur wil aan gaan leggen, dient eerst de site http://www.natuurbrandrisico.nl geraadpleegd te worden, zodat men op de hoogte is van de op dat moment geldende fase en wat de consequenties zijn voor het aanleggen van het open vuur. Bij natuurbrandrisico fase 2 is open vuur in elk geval niet toegestaan.
Indien tijdens de verbranding ernstig gevaar of hinder ontstaat, kan door of namens burgemeester en wethouders besloten worden het vuur voortijdig te beëindigen.
Artikel 1.4.2.2
Algemene regels Av kampvuur en vuur bij culturele festiviteiten
Onderdeel van Uitvoeringsregels Algemene verordening gemeente Leudal