Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht met betrekking tot het belastingobject in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel 12e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht met betrekking tot het belastingobject in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel 12e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander belastingobject waarvoor hij belastingplichtig wordt op grond van deze verordening in gebruik neemt. 5.. Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel