Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Woonklimaat en uitstraling op de omgeving

Onderdeel van Huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Zwartewaterland

1.. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het voeren van een omgevingsdialoog en een participatietraject met betrekking tot het huisvesten van arbeidsmigranten. 2.. Een aanvraag voor huisvesting wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd: gebruiksmogelijkheden van omliggende functies; kwaliteit van het landschap; verkeersontsluiting en parkeersituatie; milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid. 3.. De huisvestingslocatie moet minimaal het volgende aantal meters zijn gelegen ten opzichte van woningen van derden. Wanneer de woning van derden is gelegen in een woongebied of in agrarisch gebied: 150 meter. Wanneer de woning van derden is gelegen op of nabij bedrijventerrein of op het erf van een bedrijf: 75 meter. 4.. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op artikel 4, derde lid van deze beleidsregels. 5.. Huisvesting moet zodanig in de omgeving worden ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en het gebruik en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijk kwaliteiten van het gebied. 6.. De gehele parkeerbehoefte die gegenereerd wordt door de aanvraag moet op het eigen perceel worden gerealiseerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel