Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Eigen verblijfsmiddel. Hieronder wordt verstaan een mobiel kampeeronderkomen dat in eigendom of gebruik is bij de verblijfhouder en maximaal gedurende het seizoen door de verblijfhouder wordt geplaatst op een kampeerterrein voor gebruik door de verblijfhouder die het mobiele kampeermiddel plaatst. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van recreatief nachtverblijf. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar; volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen die ten hoogste drie maanden per belastingjaar door een zelfde kampeermiddel wordt gebruikt. jaar: een kalenderjaar seizoen: de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; voorseizoen: de periode van 1 maart tot en met 31 mei naseizoen: de periode van 1 september tot met 31 oktober voorseizoenplaats: standplaats die ten hoogste drie maanden in het voorseizoen ,door een zelfde kampeermiddel wordt gebruikt; naseizoenplaats: standplaats die ten hoogste twee maanden in het naseizoen, door een zelfde mobiel kampeeronderkomen wordt gebruikt; arrangement: een reservering op een volgtijdige standplaats voor een gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode voor een vast huurbedrag wordt overeengekomen; maandarrangement laagseizoen: een arrangement met een looptijd van meer dan 14 aaneengesloten overnachtingen maar minder dan 35 gedurende de periode 1 maart t/m 15 juni en 1 september t/m 31 oktober; winterarrangement 1 : een arrangement met een looptijd van meer dan 35 aaneengesloten overnachtingen, startend vanaf 1 januari t/m 31 maart; winterarrangement 2 : een arrangement met een looptijd van meer dan 35 aaneengesloten overnachtingen, startend vanaf 1 november t/m 31 december; hemelvaart/pinkster arrangement: een periode met een looptijd van 13 dagen vanaf hemelvaart tot en met Pinksteren; gezin: ouder(s)/partners en hun eventuele thuiswonende kinderen. particulier eigenaar: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep eigenaar is van kampeermiddel. Strandslaaphuisjes: mobiel verblijfsmiddel gevestigd op het strand bedoeld voor recreatief nachtverblijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel