Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Melding en vooronderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2022

1.. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college worden gedaan. 2.. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en informeert de cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. 3.. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3. van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. 4.. De cliënt of degene die namens hem de melding doet wordt gewezen op de mogelijkheid zich tijdens het onderzoek te laten bijstaan door iemand uit het eigen netwerk of een onafhankelijke cliëntondersteuner. 5.. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 6.. Voor of tijdens het gesprek verschaft de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 7.. Het college brengt de cliënt op hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel