**1..** Voor een sportvoorziening kan men in aanmerking komen als zonder deze voorziening sporten niet mogelijk is.
**2..** Voor een sportvoorziening wordt uitsluitend een gemaximeerd persoonsgebonden budget verstrekt. De hoogte is, ongeacht het inkomen, gelijk aan de werkelijke kosten van de sportvoorziening tot een maximum van € 3.128,51. Tegelijk met de verstrekking van de aanschafkosten wordt een forfaitair bedrag verstrekt van € 695,60 waarmee voor een periode van drie jaar een sportvoorziening aangepast, verzekerd, gerepareerd en onderhouden dient te worden. De werkelijke kosten van de sportvoorziening worden bepaald op basis van de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het college zal de cliënt verzoeken om één of twee offertes te vragen. De offerte moet ook bevatten een indicatie voor de onderhouds- en reparatiekosten gedurende de afschrijvingsduur. Het college kan ook zelf nog een offerte opvragen om de offerte(s) van de cliënt te toetsen. Indien een geschikt middel verkrijgbaar is bij een gecontracteerde leverancier kan het persoonsgebonden budget nooit hoger zijn dan de kosten die het college kwijt zou zijn bij deze gecontracteerde leverancier
**3..** Als de cliënt nog steeds gebruikt maakt van de sportvoorziening, kan aansluitend aan de in het tweede lid bedoelde periode van drie jaar, jaarlijks een forfaitair bedrag in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt worden van € 481,99 in de kosten van aanpassing, verzekering, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.4
Persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2022